Ouders van zorgintensieve kinderen grappen weleens dat de Brusjes nooit ziek mogen worden want dan stort het wankele kaartenhuis in. Door hun gehandicapte broertje of zusje staat er al veel druk op het systeem, daar kan niet nog meer regeldruk bij. Het is geen kwestie van niet gunnen maar de ouders houden al zoveel ballen hoog.
Wanneer alles normaal gaat en de brusjes in de pas lopen, zijn dat tenminste minder kopzorgen. En zorgen zijn er vaak al te veel. Toch zijn brusjes net mensen, die ontwikkelen zich op hun eigen manier. Zo ook onze jongste dochter van bijna 7 jaar. Een heerlijke dartel die nog volop in haar fantasiewereld kan vertoeven. Stilzitten of zich ergens op focussen is nog moeilijk voor haar. Het schoolse systeem met 30 kinderen in een klas, is veel en zij ontwikkelt zich met lezen niet snel genoeg.
De boodschap van school is dat ze beter een jaar over kan doen. En dat hakt er wel in bij mij. Ik vind het sneu dat onze dochter dan opnieuw vriendinnetjes moet maken. Het breekt mijn hart dat ze straks alle vertrouwde kinderen naar de volgende groep ziet gaan en zelf achterblijft. Rationeel snap ik het best maar het maakt me verdrietig. Ik gun haar zo dat ze dit niet hoeft mee te maken. Elke ouder zou dat waarschijnlijk verdrietig vinden maar ik voel ook dat mijn verdriet dieper gaat dan dit. Het gaat eigenlijk niet alleen over haar. Het gaat over mij, over mijn verlies.
De dromen die we hadden voor haar broer, moesten we bij zijn geboorte direct bijstellen. En gelukkig hebben we voor die dromen ondertussen veel waardevols teruggekregen. Maar nu er iets met mijn andere kind aan de hand is, ervaar ik toch die zwaardere lading. Rationeel weet ik natuurlijk dat een jaar niets is op een mensenleven. Ik had alleen zo graag gewild dat zij zonder hobbels door het leven zou gaan.
Ik realiseer me dat dit niet reëel is. Dit is een stukje ‘levend verlies’ zoals ze dat zo mooi noemen. Maar ook wanneer je een broer met een beperking hebt, heb je recht op je eigen teleurstellingen in het leven. En dat is uiteindelijk maar goed ook. Zij moet haar eigen weg kunnen lopen, in haar eigen tempo.
Maar oh, wat zag ik er tegenop het haar te vertellen. En nu we het haar het nieuws zo voorzichtig mogelijk brengen, reageert ze niet echt. Voor de zekerheid vragen we nog of ze wel begrijpt wat we zeggen. En rustig zegt ze ‘dat ik groep 3 moet overdoen’ Geen tranen of drama, gewoon heel rustig.
Een beetje verbouwereerd pak ik het cadeautje wat ik heb gekocht om de pijn te verzachten (zowel voor haar als voor mij) En wanneer ik haar vertel dat ze heel goed haar best heeft gedaan en daarom een cadeautje verdient, wellen de tranen toch op in haar ogen.
Héél even maar. Dan rent ze alweer naar buiten met haar nieuwe speelgoed. Ik kijk haar na en bedenk me dat ik meer vertrouwen moet hebben in haar veerkracht. Zij komt er wel, brusjes zijn tenslotte bikkels.
0 reacties